Brief aardappeleters

Grenzenloos

Door Monique Mentink op 17 maart 2017
Een tekst in het genre , met de thema's , , , , ,

‘Vanavond weer met een kwaaie kop de deur achter me dicht geslagen en vertrokken uit Nuenen. Waarom dacht ik dat het deze keer wel zou lukken? Hier verandert immers nooit iets. Zij veranderen niet. Maar van mij verwachten ze dat ik me anders voordoe dan ik ben.’

“In hemelsnaam, gedraag je dan toch eens normaal, jongen. Er wordt over je gepraat in het dorp!”
Hij wrijft ruw in zijn ogen. Die mededeling voelde als een klap in zijn gezicht – ‘er wordt over je gepraat in het dorp’. “Tja, moeder” had hij gezegd, “dat gebeurt nou eenmaal in een dorp”, maar van binnen kneep een harde hand zijn maag samen. Het dorp, dat waren de boeren en de arbeiders, de mensen die hij bewonderde en probeerde te helpen in hun zware bestaan.

Hij hield van hun vastberadenheid en doelgerichtheid. Zij hadden geen spijt, of twijfels of ze wel de juiste keuzes hadden gemaakt in het leven. Natuurlijk hadden ze meestal geen keuze. Of tijd. Gewerkt moest er worden! Het had weken geduurd voor ze hem genoeg vertrouwden om zich door hem te laten schetsen of schilderen.
“Wat zeide nou eigenlijk” had Toon botweg gevraagd, “unn’n boer of ‘ne schilder?”. Vincent wist het niet.

Als zoon van de dominee kreeg hij extra krediet, daar was hij zich best van bewust. Hoewel bijna het hele dorp katholiek was, werden dominee Van Gogh en zijn gezin met groot respect behandeld. Theodorus van Gogh liep dagelijks vele kilometers om de armlastigen te ondersteunen. Of ze nou ziek waren, vader aan de drank of moeder bedlegerig, protestant of katholiek, niemand vroeg vergeefs om zijn hulp en gebed. Maar thuis was hij nooit. Hij was zelfs gestorven in de uitoefening van het ambt; op de drempel, net terug van een huisbezoek. Hoe bitterzoet. 
Vincent zag dat hij al bijna bij de viersprong was. Hij zette het pakket met zijn schildersezel en doeken neer en liet de bundel met de rest van zijn bezittingen van zijn rug glijden.

Die boeren… hoe kon hij ze uitleggen dat hij ze zo enorm bewonderde? Dat hij meer op ze zou willen lijken? Hij had de afgelopen maanden veel getekend en geschilderd. Wanneer hij kon, had hij boeren en wevers betaald om model te zitten. De allerarmsten stelden daarna geen vragen meer en lieten hem zijn gang gaan. En juist in die donkere kamers in die kleine huisjes, veel te vol met uitgeputte mannen en vrouwen, was Vincent gelukkig. Vaak vergat hij de tijd en wanneer de maaltijd op tafel kwam, werd er voor hem een stoel bij getrokken. Hij kreeg de reservevork en moest mee eten.
“Van-eiges!” was het antwoord van moeder de vrouw als hij stamelend bedankte. Zo stug konden ze zijn, en tegelijk zo gastvrij en warm. En toch moest hij nu weer op zoek naar een nieuwe plek.

Naar Theo, besloot hij. Naar Eindhoven. Rechtdoor over de viersprong; hij was al bijna halverwege. Zijn bagage leek twee keer zo zwaar toen hij de spullen weer oppakte en op zijn rug hees. Hij hield veel van zijn broer Theo, maar zelfs hij had geen benul.
“Waarom toch die boeren?” Dat was Theo’s reactie op de laatste doeken die Vincent zijn broer liet zien. “En zo donker… De mensen willen kleur, vrolijkheid, mooie dingen. Dit verkoopt toch niet!” Maar wat was er nou mooier dan dit donker vol kleur en waarachtigheid – de rauwe werkelijkheid van dit leven, hier en nu? Vincent zou dat nooit begrijpen.

The following two tabs change content below.
Monique Mentink

Monique Mentink

Monique Mentink

De verhalen van Monique Mentink (toon alles)


Nog geen reacties.

Geef een reactie

Pin It on Pinterest

Share This